Waardoor kunnen Indiërs en koeien vreedzaam naast elkaar leven?

Onlangs heb ik wat stukken gelezen over vitamines, B12 en D in het bijzonder. Van deze twee vitamines is bekend geworden, dat er in grote delen van de populatie tekorten kunnen bestaan en dat kan voor een mens allerlei vervelende bijwerkingen hebben. Zo veroorzaakt een tekort aan vitamine D een depressie. De befaamde winterdepressie kan in veel gevallen voorkomen worden door simpel vitamine D bij te slikken.
B12 is onder meer belangrijk voor de opbouw van de myelineschede (dat is de isolator rond zenuwen), vorming van DNA en de aanmaak van rode bloedlichaampjes. Als er een B12-tekort ontstaat, kan er een waslijst aan problemen optreden. Één van de bekendere verschijnselen is de biefstuktong. Dat is vaak het eerste verschijnsel en houdt in dat al het eten pijn doet, omdat het tongslijmvlies niet meer aangemaakt wordt.

B12 vond ik echter heel raadselachtig om te lezen. Al het leven is ervan afhankelijk. In de evolutie zijn ontelbaar veel diersoorten ontstaan, maar er is geen grote dier- of plantengroep ontstaan, die deze afhankelijkheid heeft willen wijzigen. Toch kampen mensen in het huidige tijdsbestek geregeld met een B12-tekort. Dat vind ik vreemd, omdat blijkbaar er tegenwoordig omstandigheden gewijzigd zijn, die voorheen niet bestonden. Het is voor mij ondenkbaar dat over alle tijden heen mensen aan een B12-tekort zouden hebben geleden. Dat moet zowel een ouderdomsziekte als een welvaartsziekte zijn.
Het verhaal gaat dat het enkel via dierlijk voedsel te verkrijgen is (onder meer zuivelproducten en rundvlees) en derhalve een groot probleem voor vegetariërs en veganisten. Alleen bacteriën zijn in staat om B12 aan te maken. Veel herkauwers hebben micro-organismen in hun spijsverteringssysteem zitten, die voor hen B12 aanmaken. Symbiose derhalve. Hoe roofdieren aan B12 komen is duidelijk, als wij het enkel uit dierlijk voedsel kunnen halen. In planten komt ook B12 voor, echter er komen ook stoffen voor, die er heel veel op lijken. Deze laatste stoffen kunnen de opname van B12 zelfs blokkeren. Enkel en alleen op plantaardig voedsel vertrouwen voor B12 is onmogelijk. Spirulina wordt verkocht als middel om B12 aan te zuiveren, maar daar zit niet de goede varianten in. Het helpt mensen niet om die vorm van B12 tot zich te nemen, integendeel zelfs, het vermindert het vermogen op B12 op te nemen en kan daardoor mensen ziek(er) maken. Al het andere leven op aarde blijkt afhankelijk te zijn van deze bacteriën.

In India zijn al duizenden jaren mensen vegetariërs. Dat zou volgens bovenstaand verhaal onmogelijk moeten zijn. Tenzij Indiërs een ondersoort van de mens zijn en zij wel zelfstandig B12 aan kunnen maken. Dat blijkt niet het geval te zijn: Indiërs in Engeland blijken een B12-tekort te vertonen. Er miste dus duidelijk iets in het verhaal. Het leven neemt geen loopje met zichzelf. Als het afhankelijk is van B12 en in de loop van de evolutie daar niets aan gedaan heeft, dan is daar een goede reden voor. De beste reden is dat het wijd verbreid beschikbaar is. Dat het verkrijgen van voldoende B12 geen selectiecriterium is en dat het dat nooit geweest is. Zuurstof is naast B12 ook zo'n voorbeeld van een stof, waar het leven doorgaans van afhankelijk is en waar het vrijwel nooit de behoefte voor heeft gehad een alternatief voor te ontwikkelen. Het blijkt niet nodig. Hetzelfde moet gelden voor B12, want als dit laatste niet klopt en het feit dat het enkel via dierlijk voedsel te verkrijgen is wel klopt, dan impliceert dat dat wij minimaal carnivoren en maximaal omnivoren zijn en dan kunnen de Indiërs en koeien niet vreedzaam naast elkaar leven.

De oplossing van dit mysterie blijkt heel eenvoudig: B12 is oplosbaar in water. In de oceanen komt het veel voor, want daar zijn zeer veel micro-organismen, die het produceren. Vele vissoorten zijn voor ons goede leveranciers van B12. Wieren en algen niet – ook al bevatten zij B12 – omdat deze planten wederom ook veel stoffen bevatten, die lijken op B12 en de opname van B12 juist verhinderen. Op land is het verhaal iets minder smakelijk. De organismen, die B12 produceren komen veel voor in het darmstelsel van wormen. Wormen zijn daarmee belangrijke leveranciers van B12 doordat ze het uitpoepen. Op dat moment komt de B12 in de grond terecht en daarmee ook in het grondwater. Als een vegetariër vervolgens water uit een put drinkt, dan krijgt hij via het grondwater voldoende B12 binnen. En dat is de oplossing van het raadsel waarom Indiërs en koeien vreedzaam naast elkaar kunnen blijven leven: zolang de Indiër grondwater drinkt, kan hij met een strikt vegetarisch dieet toch gezond blijven. Daarmee wordt het ook begrijpelijk dat mensen hier vroeger niet massaal een B12-tekort hadden, ondanks het feit dat ze niet voldoende vlees aten. De laatste mythe rond B12 is daarmee de wereld uit: je kan het niet alleen eten, je kan het ook drinken.

Als je er even over nadenkt, is het prachtig. Het leven, dat later ontwikkeld is, heeft zich altijd gebaseerd op de fundamenten van het eerdere leven, zijnde de micro-organismen. (Nog een niet te missen aanwijzing voor de opeenvolgende ontwikkeling van leven.) In het water is verspreiding nooit een probleem, in de aarde wel. Maar wat blijkt: juist de dieren die door de aarde kruipen en daarmee de aarde vruchtbaar maken, zijn die dieren die ook B12 aan de grond geven. Wormen maken de aarde luchtiger, waardoor meer plantengroei mogelijk wordt en ze geven B12 aan het grondwater, waardoor er meer dierlijk leven kan zijn. Wonderbaarlijk. Ik denk dat we samen met de Indiërs naast de koeien ook de wormen moeten gaan aanbidden!