Cirkelredenering van een onbewuste schoonheid

De astrologie heeft een zeer uitgewerkte basis. Een van de gronden van de astrologie is dat de sterrenbeelden op de vier elementen Aarde, Water, Lucht en Vuur zijn gebaseerd. Elk sterrenbeeld is een unieke combinatie van deze elementen. Een sterrenbeeld is een combinatie van een hoofdelement en een subelement. Het subelement is nooit hetzelfde als het hoofdelement. Op die manier ontstaan er exact twaalf sterrebeelden. Zo kan op basis van het element Aarde er drie sterrenbeelden geformeerd worden, namelijk een met het subelement Water, een ander met het subelement Lucht en de laatste ten slotte met het element Vuur. Daar kunnen dan weer allerlei eigenschappen aan verbonden worden en zo ontstaat een van de vele gelaagdheden van de astrologie.

TooGoodTooBad

Boven ziet u twee cirkels met daarin een combinatie van hoofdelement (de buitenste cirkel) en subelement (de binnenste cirkel). Dit zijn twee willekeurige cirkels. Ze zijn beide mogelijk, maar hoeven niet aanvaard te zijn binnen de astrologie. Er zijn in totaal 1296 verschillende cirkels samen te stellen als je de combinaties van hoofdelement-subelement systematisch langsloopt. Een combinatie is bijvoorbeeld Water-Vuur, Water-Aarde en Water-Lucht. Een andere combinatie is Water-Vuur, Water-Lucht en Water-Aarde. Dan blijkt dat per hoofdelement er 6 combinaties te maken zijn en daar alle elementen onafhankelijk van elkaar gewijzigd kunnen worden geeft dat 64 aan mogelijkheden en dat is gelijk aan 1296.

Astrologen zullen maar één combinatie aanvaarden, alle 1295 andere combinaties zullen ze naar het rijk der fabelen verwijzen. Ik heb twee voorbeelden gemaakt, die elk op hun eigen wijze bijzonder is. De eerste, omdat deze een unieke is in de reeks van 1296 combinaties. Het is de enige mogelijkheid, waarin per kwadrant maar een subelement aanwezig is en dat niet matcht met een van de hoofdelementen in het kwadrant. De tweede is een onregelmatig patroon. Elk subelement heeft een eigen patroon, waardoor het er nogal onlogisch uitziet. Hoe kan uitgelegd worden dat Aarde als subelement maar in een kwadrant voorkomt en dat dat niet geldt voor de andere drie subelementen? Het is een combinatie die meer vragen dan antwoorden op zal roepen en het kan met zekerheid gezegd worden dat de astrologie deze cirkel niet hanteert.

Het eerste is veel eenvoudiger en heeft een strak patroon. Het doel was om in elk kwadrant maar een subelement te hebben. Randvoorwaarde was dat elk hoofdelement nog altijd drie verschillende subelementen moest hebben. Het is gelukt. Maar gebruikt de astrologie deze cirkel? Is deze logisch? Sluit deze aan bij de denkwijze binnen de astrologie? Hij heeft wel een groot voordeel ten opzichte van de andere cirkel. Hij is veel minder complex. Tijdens het realiseren van de gedachte heb ik de oorspronkelijke motivatie – het combineren van de elementen om tot een handzame formulering van de sterrenbeelden te komen – even buiten beschouwing gelaten. Het vinden van een regelmatige basis was veel belangrijker dan vooreerst de aansluiting te zoeken bij de mogelijk complexere werkelijkheid.
Deze benadering is een praktische weg om tot een nieuwe theorie te komen. Een nieuwe theorie kan enkel ontstaan als oude denkwijzes losgelaten worden. Dat betekent ook, dat de band met de werkelijkheid, zoals die tot dan toe beleefd wordt, losgelaten wordt. In het begin zal de theorie nog te eenvoudig van structuur zijn. Complexiteit van structuur komt later wel. Het is zeker aanbevelenswaardig om te starten met een overzichtelijke structuur. Daarop kan je langer voortborduren dan op een complexe structuur. Zo is de basis van de astrologie een cirkel. Veel eenvoudiger kan je niet beginnen. Na verloop van eeuwen is het een heel complexe, uitgebreide theorie geworden met duizelingwekkende subtiliteiten.
Als je basis om te beginnen een vierdimensionele kubus zou zijn (er zijn per slot van rekening 4 onafhankelijk elementen) dan haakt iedereen direct af, omdat dat een te complexe structuur is voor onze hersenen. De astrologie zou nooit zo groot zijn geworden, als ze niet een basis had die intuïtief begrijpelijk zou zijn. Het moet aansluiten bij diepe innerlijke overtuigingen, anders overleeft zij niet een paar duizend jaren.

De neiging zal zijn om het tweede plaatje direct af te wijzen op grond van het gebrek aan regelmaat. Als er zo weinig samenhang is, dan zal het niet kloppen. Hoe logisch ook, toch is dit geen goed argument om een theorie te weerleggen. Interne regelmaat heeft niets van doen met dat wat is in de wereld. Een gedachtegang kan niet beoordeeld worden op de eigen regelmaat, enkel op een connectie met dat wat is. Dat is echter niet zo eenvoudig om vast te stellen. Vooral niet bij theorieën die handelen over de psyche van de mens. Wijzelf zijn voor onszelf voornamelijk terra incognita. Gelukkig weten we zelf vrijwel niet hoe we bacterieën in ons moeten bestrijden, welke bacterieën juist nuttig zijn, hoe we onze cellen moeten delen, cellen vervangen, een beweging coördineren, het verband leggen tussen een gedachte en het typen op het toetsenbord. We hoeven ons alleen op onze eigen wil te letten en het loopt verder vanzelf. Wat die eigen wil dan ook moge zijn - als we die al hebben. Wij zijn voor ons zelf een ijsberg, die voor het merendeel onder water ligt.
Hoe ingewikkelder de bewuste handelingen kunnen zijn, hoe groter het onbewuste deel dat eraan ten grondslag moet liggen om het uit te kunnen voeren. Dat lijkt mij een ijzeren wet. Ofte wel: een blauwalg is relatief veel bewuster bezig dan een mens. Omdat het gedrag van een wezen met een verder ontwikkeld bewustzijn uiteindelijk veel afhankelijker is van meer onbewuste processen, is de uitkomst veel onvoorspelbaarder. Waar een blauwalg vrijwel enkel noodzakelijkheden kent, daar kennen wij wetten, regels, richtlijnen, ge- en verboden, principes, uitzonderingen, mazen, toevalligheden etc.. En daarnaast nog een heleboel zaken, die we zelf niet snappen waarom wij het doen. Als soort hebben we ons de denkende denkende mens genoemd (homo sapiens sapiens), maar in wezen zijn we heel onbewust samengestelde wezens. Maar zelfs dat weten we niet eens.
Eenvoudige theorieën over het bewustzijn zijn daarom per definitie verdacht. Zaken afwijzen, omdat er geen regelmaat in zit, is tegengesteld aan de praktijk. Dat zou juist voor moeten pleiten, maar waarschijnlijk zit er ergens een regeltje in onze hersenen (of emoties) dat onregelmatigheden associeert met onbegrip (of gebrek aan schoonheid). Kortom: een theorie mag niet te regelmatig ogen, want dan is zij waarschijnlijk meer een wens dan een gedachte, maar zij mag ook niet te onregelmatig ogen, want dan vertrouwen wij haar niet meer. Elke redenering heeft haar onbewuste schoonheid, ik weet niet beter.