Augustinus - Belijdenissen, een introductie

Augustinus: Confessiones.
vertaald door Gerard Wijdeveld

Die man is al 1500 jaren dood en zijn boek gaat over een kerk, waar ik mij niet meer mee verbonden voel. Waarom dan lezen? Intuïtie. Gevoel dat het nu de juiste tijd is om dit boek te lezen. Ik heb het boek al meer dan twintig jaren in mijn bezit, altijd geweten dat ik het een keer wilde lezen, maar het nooit daadwerkelijk opgepakt met het idee dat te gaan doen. Als ik het boek zag, dan wist ik dat het goed was om er nog mee te wachten, zolang ik nog niet vrij tegenover de kerk stond. Kriya yoga heeft mij die vrijheid wel gegeven. Kriya yoga vind ik een geloof als onderdeel van het Hindoeïsme, maar het hielp mij mijn schroom te overwinnen mij over te geven aan het Goddelijke. Zonder voorbehoud.
Dat laatste is belangrijk, zeker in verband met dit boek. Met de kerk heb ik veel problemen gehad, zo ook met mijn houding naar God. Mijn verantwoordelijkheid is van mij. Daar kan geen God tegenop. Ik kan en wil deze niet ontkennen. Ik kan mij daarom op niets anders baseren dan op mijzelf. Jarenlang was er voor enig Godsbesef geen plaats. Pas door ervaringen in India en door mij over te geven aan God, heb ik de ruimte gekregen om dit boek te lezen.
Het argument dat hij al 1500 jaren dood is, is overigens juist een reden om het wel te lezen. Van veel oude boeken wordt gezegd dat zij door God geïnspireerd zijn. Zijn boeken, net zoals die van Homerus, zijn dat officiëel niet. Toch wordt het al 1500 jaren op basis van zijn kwaliteit elke keer opnieuw gedrukt en gelezen. Van welk momenteel uitgegeven boek kan je dat nou zeggen?

Het is niet voor niets dat dit boek keer op keer herdrukt wordt. Het is van uitmuntende kwaliteit. Het beschrijft het geloof in prachtige taal. Deze man was een retoricus en dat zal de lezer weten ook! Ik ga nu een aantal willekeurige zinnen eruit lichten in de hoop dat ze overkomen. Uit de context, in het middelpunt.

'Aan wie doe ik dit verhaal? Neen, niet aan u, mijn God, maar wel ten overstaan van u aan mijn geslacht, het geslacht van de mensen, aan die weinigen onder de mensen die toevallig dit geschrift van mij onder ogen kunnen krijgen. En waarom doe ik het? Om mijzelf en iedere lezer te laten bedenken, uit welk een diepte er tot u geroepen moet worden. En wat is toch meer nabij dan uw oren, indien het hart u belijdt en er geleefd wordt uit het geloof?', blz. 67.

'Ik was ongelukkig, en ongelukkig is iedere ziel in de boeien van de liefde voor vergankelijke dingen: verliest ze die, dan wordt ze verscheurd en dan wordt ze het ongeluk gewaar, dat haar ook reeds ongelukkig maakt alvorens ze die dingen verliest. Zo was het toen met mij, en ik schreide bittere tranen en vond mijn rust in bitterheid.', blz. 110.

'Tot u Heer, had ik haar moeten heffen en haar laten helen; ik wist het, maar ik wilde niet en ik kon niet, te meer omdat gij, als ik over u dacht, voor mij niet iets samenhangends en vaststaands waart; want wat ik mij dan dacht, waart gij niet, maar het was een voos fantasiebeeld, en mijn dwaling was mijn God. Probeerde ik daar mijn ziel te ruste te leggen, dan viel zij het lege en stortte weer terug op mijzelf en zo was ik voor mijzelf de rampzalige plek gebleven, waar ik niet vertoeven en evenmin vandaan gaan kon.', blz. 112.

'Daar komt die droefenis bij de dood van een vriend vandaan en die verduistering door verdriet en dat overstromen van het hart, wanneer zijn zoetheid in bitterheid verkeerd is, en dat sterven van de levenden om het verloren leven van de stervenden.', blz. 113.

'Het goede dat gij liefhebt is van Hem afkomstig, maar het is alleen goed en zoet, voor zover het ook naar Hem toe gaat.', blz. 117.

'Want mijn onbezonnenheid en onvroomheid hadden daarin gelegen, dat ik aanklagend had uitgesproken wat ik vragend had moeten achterhalen.', blz. 160. O o, zinsdeel 2 is zo herkenbaar.

"Ik vooral, ik stond maar verbaasd, wanneer ik mij bekommerd te binnen bracht, hoe lange tijd er al verlopen was sinds mijn negentiende levensjaar, toen ik van ijver voor de wijsheid was gaan gloeien en mij had voorgenomen haar te vinden en dan alle voze verwachtingen van ijdele begeerten, alle leugenachtige dwaasheden te laten varen. En nu was ik al in mijn dertigste jaar en zat nog altijd vast in dezelfde modder, belust op genot uit de aanwezige dingen, dingen die mij ontglipten en mij verstrooiden, terwijl ik maar zei: 'Morgen ga ik het vinden! Wacht maar, dan gaat het zich duidelijk tonen en heb ik het!... ...Ik zal met mijn voeten op die trap blijven staan, waarop ik als kind door mijn ouders ben neergezet, net zolang totdat de waarheid klaar en duidelijk wordt gevonden.'", blz. 175.

'Met al mijn liefde voor het gelukkige leven vreesde ik dat leven op de plaats waar het was, en terwijl ik het ontvluchtte, bleef ik het zoeken.', blz. 177. De moderne tijd, net wat u zegt...

Hij is echt een retoricus:
'- de oorzaak van het kwaad had ik toch ook nog niet opgehelderd en ontward. Wat die oorzaak overigens ook mocht zijn, ik zag wel dat ik haar zo diende te zoeken, dat ik er niet door in de noodzaak geraakte de onveranderlijke God voor veranderlijk te houden: dan zou ik zelf worden wat ik zocht.', blz. 190. Met zo'n reden toont hij mij aan, dat hij zeer precies en conscientieus wilt redeneren. Het resultaat dient er niet te zijn, omdat hij iets wilt, het dient er te zijn, omdat hij er in alle eerlijkheid op uitkomt. Hij mag (het beeld van) God niet veranderen om zijn problemen op te lossen. Ik herken de katholieke kerk niet in dit citaat. Wat is er een hoop veranderd in de tussentijd.

'Wordt het dus van alle goed beroofd, dan is het helemaal niet meer. Zolang het dus is, is het goed. Alwat is, is derhalve goed, en het kwaad, dat kwaad waar ik de herkomst van zocht, is derhalve geen substantie, geen wezenlijk iets; was het immers een substantie, dan zou het goed zijn.', blz. 206. Dit doet mij heel sterk aan Spinoza denken.

Nog een keer Spinoza: 'En ik keek weer naar de andere dingen en zag, dat ze hun zijn aan u danken en dat ze alle in u hun grens hebben, maar op een andere wijze, niet plaatselijk; ze hebben hun grens in u, omdat gij de allesomvatter zijt en de waarheid uw hand is, en omdat alle dingen waar zijn, in zoverre als ze zijn, en omdat de onwaarheid niet iets is, behalve dan een menen dat iets is wat niet is.', blz. 208.

'En al zoekende naar wat eigenlijk de ongerechtigheid, de slechtheid was, kwam ik tot de bevinding dat het geen substantie was, maar een verkeerdheid van de wil die zich afgewend heeft van de hoogste substantie, van u die God zijt, en zich heeft gekeerd naar de laagste dingen, zijn innerlijk vergooiend en opzwellend naar buiten.', blz. 209.

Het mooiste, diepste een veelzeggendste woord van het boek vind ik de titel: Confessiones. Prachtig hoe hij in een woord het hele boek heeft gevat. Confessiones heeft drie betekenissen, te weten lofprijzing, schuldbelijdenis en bekennen. Dat lijken mij ook de drie basiswoorden van de drie-eenheid. Lofprijzing verwijst naar God, de bekentenis naar de Zoon en de schuldbelijdenis indirect naar de Heilige Geest. De schuldbelijdenis is de menselijke kant, de genade van God de Heilige Geest.
Het hele boek is in wezen een lofprijzing op God. In het eerste deel, tot hoofdstuk 8 is het een schuldbelijdenis. De situatie van het mens-zijn wordt beschreven, zolang deze nog niet op God gericht is. In elk hoofdstuk komt hij dichter bij God. En dan komt hoofdstuk 8 – in welke de bekering van Augustinus tot het katholieke geloof wordt beschreven – en dat is zo prachtig! Het is het toppunt van lyriek. Hij is dan zo menselijk in zijn aarzeling, zo volkomen in zijn overgave. In hoofdstuk 9 beschrijft hij hoe zijn ogen zijn open gegaan. Deze twee hoofdstukken ervaar ik als de ontdekking van Jezus Christus als de waarheid en de weg. Vanaf hoofdstuk 10 gaat hij aantonen wat de waarheid van de Katholieke kerk is. Ik vind dat moedige hoofdstukken, want hij stelt zich daar heel kwetsbaar op. Als mensen dit zouden kunnen weerleggen, dan vagen ze de grond onder zijn voeten vandaan. Hij gaat er vol voor. Daar kan je de kracht ervaren van Augustinus als retoricus. Deze man, die zo scherp kijkt en redeneert, deze man is vol overtuiging overgegaan tot het Katholicisme. Op zo'n moment schrijf ik dat met een hoofdletter, geïnspireerd als ik ben door zijn overgave. God spreekt hem vaak toe via zijn innerlijk oor. In het derde deel spreekt God, het is het deel van de Heilige Geest. Hij balanceert hier continu op het randje van de hoogmoed. Onbegrijpelijk dat er uitgaves zijn van de Confessiones zonder dit derde deel, alsof het er niet bij zou passen! Dit boek is zelf een drie-eenheid en als volgt samen te vatten:
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.