Hoe weet ik hoe hij weet wat ik zelf niet weet?

In mijn zoektocht naar meer informatie over Augustinus ontdekte ik tot mijn verrassing dat Augustinus de vader is van de predestinatiegedachte en leerde ik over de paradox van Newcomb. De predestinatiegedachte ben ik niet expliciet tegengekomen in de Belijdenissen, daarom verrastte het mij. De gedachte kende ik al wel en schuurt mijn ziel. Ik kan de logica niet weerleggen noch bevestigen, noch de consequenties ervan aanvaarden. Ik ben nog niet zover in mijn denken dat ik mij hierover kan uitspreken. Daarbij weet ik ook niet of ik daar ooit toe kom, omdat het mijn inziens voorbij de logische grens van het menselijk denken is. Hoe kan ik een dergelijk complex denken denken te begrijpen?
Spinoza liet op zijn wijze zien dat God op geen enkele wijze anders kan zijn dan Hij is en dat dat een noodzakelijk gevolg is van de gedachte dat God de eerste oorzaak is. Predestinatie is dan niet een mogelijkheid, maar een onvermijdelijkheid, een vanzelfsprekendheid.
Predestinatie houdt een ogenschijnlijke beperktheid van God in, wat een tegenspraak is. God kan namelijk niet denken, willen en doen wat niet met Hemzelf samenvalt. Nu zijn er ook een heleboel werkelijkheden, die niet bestaan en ook nooit bestaan zullen bestaan. Maar kan God ook denken wat Hijzelf niet kan denken, omdat het niet met zijn wezen samenvalt? Stel dat God alle gedachtes bij voorbaat denkt, en daarbij ook die gedachtes, die ruimte laten voor gedachtes, die niet samenvallen met zijn gedachtes, kan Hij deze gedachtes denken? Dit soort consequenties van predestinatie laat zien hoe vreemd deze gedachtengang in mijn ogen is.
Enerzijds vind ik de voorgaande vragen woordspelletjes, want het is altijd mogelijk om een paradox te bedenken door middels ontkenningen de grenzen van formuleringen te overschrijden, anderzijds een achtenswaardige tegenwerping tegen de impliciete bewering dat wij met ons beperkte denken in staat zijn het onbeperkte denken te bevatten. Ik zie het dan ook niet als een weerlegging van het concept 'oneindig denken', maar meer als een weerlegging van de poging om deze te duiden. Het vraagstuk van predestinatie is mijn inziens intrinsiek verbonden met het begrijpen van het oneindige denken. Zodra ik uitspraken doe in de trant van 'de mens wikt, God beschikt' of 'alles is voorbeschikt' dan pretendeer ik impliciet het oneindige denken te begrijpen. Volgens mij ga ik dan over een grens.

Paradox van Newcomb

Veel eenvoudiger is de situatie van de paradox van Newcomb. In deze situatie is er een speler en een spelleider. De spelleider heeft een speciale eigenschap, namelijk dat hij de toekomst vrijwel foutloos kan voorspellen. De speler weet dit en met de volgende informatie aangereikt, wordt hij voor een keuze gesteld en de vraag is 'wat doe jij?'

Er zijn twee dozen. In doos A zit €1000 dollar. De speler kan die zien. In doos B zit €0 of €1.000.000 dollar. De speler kan niet zien wat in doos B zit. Hij krijgt de keuze of hij beide dozen neemt of dat hij enkel doos B neemt. Vooraf heeft de spelleider voorspeld wat de keuze van de speler zal zijn. Als hij voorspelt dat de speler beide dozen neemt, dan zit er €0 in doos B. Als hij voorspelt dat de speler enkel doos B neemt, dan zit er €1.000.000 dollar in de doos. De speler weet van deze voorspelling. Wat doet de speler? Beide dozen pakken of enkel doos B?

In werkelijkheid kiezen mensen ongeveer even vaak voor beide opties en hebben ze altijd een uitgesproken voorkeur. De keuze blijkt af te hangen af of mensen redeneren volgens de verwachte opbrengst of strategische dominantie. Bij de strategie van de verwachte opbrengst kijk je naar gemiddeld grootste opbrengst over alle mogelijke keuzes (hier door enkel doos B te kiezen) en bij de strategische dominantie let de speler op welke keuze voor hem in elke situatie de grootste opbrengst zal leveren. Dat is in dit geval altijd met doos A erbij, omdat wat de spelleider ook voorspeld moge hebben, elke keuze van B vermeerderd wordt met de €1.000 uit doos A.

Mijn keuzes

Ik kom uit op het pakken van enkel doos B. Zonder verder over na te denken. De reden is vertrouwen. Als van de spelleider bekend is, dat hij vrijwel foutloos kan voorspellen wat ik zal gaan doen, en ik weet dat ik in een dergelijke situatie voor de grootste opbrengst ga, dan kan ik toch van zijn capaciteiten uitgaan en doen wat ik zelf zou doen zonder met zijn afwegingen rekening te houden? Ik hoef mij niet bezig te houden hoe hij denkt dat ik denk, dat is zijn specialiteit. Mijn bijdrage is het pakken van de €1.000.000, zijn bijdrage dat hij die klaar legt. Het is een situatieschets, waarbij de uitgevoerde keuze doorgaans gelijkstaat aan de verwachting van de spelleider – anders heeft deze niet de eigenschap de toekomst te kunnen voorspellen – en bijgevolg is deze situatie een probleem rond self fulfilling prophecy, waarbij de keuze het self is.

Als ik de eigenschap van de spelleider dat hij in staat is gedrag in de toekomst te voorspellen verder negeer – waarbij mijn motivatie dan is dat ik mij in mijn redeneren laat leiden door wat ikzelf plausibel vind - dan kan ik de situatie vereenvoudigen tot het vraagstuk 'welke keuze heeft de grootste opbrengst?' In dat geval pak ik allebei de dozen, omdat ik in elke situatie de inhoud van beide dozen krijg. Daar ik het gedrag van de spelleider negeer, is er geen reden meer om te kijken naar de inhoud van doos B, want die inhoud wordt bepaald door overwegingen van de spelleider. Dus blijft de inhoud van doos A over, en die is altijd €1.000. Dus kies ik bij de keuze ' of B, waar je zelf geen reden voor hebt om een besluit op te kunnen funderen, of A en B voor of A en B. Zo eenvoudig als ik in de oorspronkelijke situatie voor enkel doos B pakken koos, zo makkelijk kies ik nu voor doos A en doos B. Ook al is het even logisch, toch zou ik onmiddellijk voor enkel doos B gaan, omdat als iemand tegen mij zegt, dat onderdeel van het spel is dat de spelleider een bepaalde eigenschap heeft, dan ben ik bereid om dat tijdens het spel te aanvaarden.

Schijn van invloed

Dit probleem heeft een verwantschap met predestinatie, omdat de spelleider in staat is de keuze van de speler vooraf te weten. Voor spelers kan dit de gedachte doen laten ontstaan, dat zijzelf door te kiezen de voorspelling van de spelleider kunnen veranderen. De speler lijkt in staat om met de keuze van het eigen gedrag de uitslag van de voorspelling in het verleden te bepalen. Het lijkt, want als de spelleider kan voorspellen wat de speler zal doen, dan zal de speler dat doen. De speler kan lang twijfelen, lang nadenken, kort nadenken, gaan dobbelen, wat dan ook, maar als de stelling is dat de spelleider accuraat kan voorspellen wat de speler zal doen, dan kan de spelleider accuraat voorspellen wat de speler zal doen. Dat de speler zelf nog een keuze heeft, is niet van invloed op de voorspelling van de spelleider.

Zou de keuze van de speler wel de voorspelling van de spelleider beïnvloeden, dan zou er sprake zijn van retrocausaliteit. Mooie term, die inhoudt dat de oorzaak later plaatsvindt dan het gevolg. Dit lijkt op doelgericht handelen, zoals in 'daar mijn vliegtuig over vier uren vertrekt, moet ik over een half uur van huis gaan'. De vraag van retrocausaliteit is 'kan de toekomst het heden bepalen en het heden het verleden?' Dit probleem van Newcomb doet ogenschijnlijk aan retrocausaliteit herinneren. Voor de spelleider lijkt de eerste deelvraag van toepassing, voor de speler de tweede deelvraag. Tegen de mogelijkheid dat de oorzaak pas na het effect plaatsvindt wordt wel ingebracht, dat het effect de tijd heeft de oorzaak teniet te doen, waardoor de oorzaak zou verdwijnen en daarmee het effect met terugwerkende kracht ook. Echter, zoals de speler een vrijheid lijkt te hebben ten opzichte van de voorspelling van de spelleider maar deze niet bezit, zo lijkt het effect een vrijheid ten opzichte van de oorzaak te hebben, maar een oorzaak is pas dan een oorzaak voor een effect, wanneer het effect deze vrijheid juist niet heeft. Retrocausaliteit kan met bovenstaande redenering niet weerlegd worden. Retrocausaliteit is bij deze paradox niet van toepassing, omdat het de eigenschap van de spelleider is dat hij accuraat kan voorspellen. Het zou wat zijn, als een voorspelling beïnvloed kan worden door het voorspelde.

Kunnen voorspellen houdt in dat de variatie in de voorspelling overeenkomt met de variatie in voorspeld gedrag. Het weer kan met een bepaalde accuratesse voorspeld worden. Dat komt, omdat het weer zich lijkt te gedragen volgens regels, die wij zelf geformuleerd hebben. Het wil niet zeggen dat het weer zich gedraagt volgens die regels, maar dat het gedrag van het weer zich zo lijkt te gedragen. Hoe accurater een voorspelling, hoe beter de regel het gedrag lijkt te verklaren. Maar dat zegt niet, dat de beslissing zich ook volgens die regels heeft afgespeeld.

In predestinatie geloven is God vastleggen

De twee laatste tekstblokken vertonen overeenkomsten met predestinatie. In het eerste geval omdat hij die zich voorspeld waant, zijn eigen lot tracht te ontkomen door bewust het eigen gedrag te wijzigen. Dat is vergelijkbaar met het spelletje 'steen, papier of schaar'. In het tweede geval door te vooronderstellen dat een verklarend model gelijkstaat aan het begrijpen van wat er gebeurt. Predestinatie is een verklarend model. Of het verklarende model daadwerkelijk kan verklaren kan alleen door onafhankelijke toetsing bevestigd worden. Laat die mogelijkheid nou net lastig waar te maken zijn bij het onderwerp predestinatie.
Beide gedachtegangen hebben volgens mij één groot probleem: als God buiten de tijd schijnt te staan, waarom wordt het dan predestinatie genoemd en niet exdestinatie? Dat is een veel creatievere term. Nu wordt een beslissing van God in de tijd geplaatst. God wordt zo vermenselijkt, grijpbaar gemaakt.

Dit probleem laat zien wat het effect van onnodig compliceren is. Je kan er heel lang over nadenken en met allerlei extra argumenten aankomen, maar de situatie is in feite heel eenvoudig: het is onbegrijpelijk hoe iemand in staat is om de toekomst te voorspellen. Daar is het scepticisme van Hume niet voor nodig. Een willekeurig punt in de toekomst te kunnen voorspellen is voor onszelf niet realistisch. Een zonsondergang voorspellen als je het avondrood ziet (voorspelling van Augustinus), die is te doen, maar voorspellen wat een willekeurig ander mens in een situatie doet, waarbij mensen 50% het ene en voor 50% het andere blijken te doen, dat is onvoorstelbaar en mijn inziens onbegrijpelijk. Als iemand dat blijkt te kunnen dat is wel het uitgangspunt, dan beschikt deze persoon over een eigenschap, die ik niet ken en niet kan beoordelen. Derhalve kan ik er geen zinvolle gedachte over hebben. Hoe minder ik erover denk, hoe beter het is. Als ik de mogelijkheid ontken, terwijl ze zich onder mijn ogen ontvouwt, dan ben ik ziende blind. Dan zet ik mijzelf erboven, alsof ik het beter weet om het maar zolang als mogelijk te kunnen ontkennen. Dat lijkt mij niet de juiste positie. Hoe kan ik iets met zekerheid weten over iets dat ikzelf niet begrijp?

Wat is een rationelere reactie? Minder vooronderstellingen maken of minder onrealistische vooronderstellingen maken? Wat is een verdedigbaarder houding om God te duiden? Ik weet het niet of ik weet het wel? Ik weet het niet.